Op 27 juli publiceerde ik mijn eerste blog, waarin ik openhartig vertelde over mijn leven met ADD en het feit dat ik in de overgang zit. Het was een periode waarin ik het gevoel had volledig vast te lopen. Mijn hoofd zat vol, ik kon niet meer helder nadenken, en mijn energie was op. Om mezelf te helpen, was ik al weken eerder begonnen met wandelen. Ik had ergens de hoop dat dit me zou helpen mijn hoofd tot rust te brengen en mijn slaap te verbeteren. Want die rust, zowel fysiek als mentaal, voelde ik toen ver te zoeken.
Dus ik liep. Iedere dag weer trok ik mijn wandelschoenen aan, zette harde muziek op via mijn noise-canceling koptelefoon en probeerde letterlijk te ontsnappen aan de chaos in mijn hoofd. Maar in plaats van dat het me hielp, leek het alleen maar averechts te werken. De rust waar ik naar op zoek was, bleef uit. Sterker nog, het leek alsof mijn gedachten steeds meer in de knoop raakten. De chaos in mijn hoofd werd luider, ondanks de muziek. Ik was uitgeput, maar vond geen uitweg.
Op een gegeven moment bereikte ik het punt waarop het echt niet meer ging. Ik had het gevoel dat ik vastzat in een draaikolk van gedachten, stress en emoties. Via mijn fysiotherapeut kwam ik toen in contact met iemand die, zonder dat ik het meteen doorhad, mijn reddingsboei zou worden. Deze persoon hield me spiegels voor die ik liever niet wilde zien, stelde vragen waar ik liever niet over nadacht, en confronteerde me met harde waarheden die ik niet kon ontkennen. Het was niet altijd makkelijk, maar wel broodnodig. En ondertussen bleef ik wandelen.
Tijdens die wandelingen begon ik iets vreemds op te merken. In plaats van dat de wandelingen me afleidden van mijn gedachten, brachten ze me juist dichterbij mijn eigen innerlijke wereld. Ik werd geconfronteerd met mijn eigen angsten, onzekerheden en gedachtestromen. De harde muziek die ik aanvankelijk gebruikte om de chaos te overstemmen, verloor langzaam zijn functie. Mijn begeleider hielp me inzien dat ik niet moest wegrennen voor mijn gedachten, maar ze juist moest erkennen en onderzoeken. Langzaam maar zeker werd de muziek zachter en begonnen mijn wandelingen langer te duren.
In die tijd werd wandelen niet alleen een fysieke bezigheid, maar een manier om mijn gedachten te ordenen en mijn innerlijke demonen onder ogen te zien. Iedere stap bracht me een beetje dichter bij rust, of in ieder geval bij meer helderheid. Mijn wandelingen werden een tijd van reflectie, waarbij ik kon nadenken over de confronterende vragen die me gesteld werden. Vaak waren het vragen waar ik liever van weg zou lopen, maar tijdens het wandelen kon ik ze niet langer negeren. Het was alsof de fysieke beweging me hielp om mentaal ook in beweging te komen.
Op een gegeven moment kwam het advies: "Zoek je eigen interne geluid." Iets dat ik op elk moment in mijn hoofd zou kunnen oproepen wanneer de chaos weer toesloeg. Ik moet eerlijk bekennen dat ik hier in het begin hartelijk om heb gelachen. Ik dacht dat ze een grap maakte. Een intern geluid? Hoe moest ik dat in vredesnaam vinden? Maar ze was bloedserieus. Het was niet alleen belangrijk om rust te vinden tijdens het wandelen, maar ook om die rust te kunnen oproepen op de momenten dat ik het het meest nodig had, zelfs zonder mijn dagelijkse wandeling.
Dus begon ik aan die zoektocht. En hoewel ik in eerste instantie dacht dat ik op zoek was naar een geluid, vond ik uiteindelijk iets anders: een plek. Een brug midden in de polder, waar de wind altijd waait en je het ruisen van de lucht door de bomen hoort. Daar, op die brug, vond ik een gevoel van vrede. Het werd mijn toevluchtsoord, een plek waar ik simpelweg kon zijn zonder iets te moeten. Iedere dag wandel ik nu naar die brug. Waar ik eerder altijd muziek nodig had om mijn gedachten te dempen, loop ik nu vaak zonder muziek. Ik zit daar gewoon, luister naar de wind en kom tot rust. Soms blijf ik tien minuten, soms meer dan een half uur, maar altijd ga ik daarna met een lichter gevoel terug naar huis.
Wandelen heeft me enorm geholpen om rust in mijn hoofd te vinden, maar ook om die rust vast te houden. Het is een balans tussen de fysieke beweging en de mentale reis die ik ondertussen doormaak. De gesprekken met mijn reddingsboei helpen me om dieper te graven, om de stukken van mezelf onder ogen te zien die ik lange tijd heb genegeerd. En het wandelen geeft me de ruimte om alles wat ik leer te verwerken.
Natuurlijk zijn er nog steeds dagen dat het minder goed gaat. Dagen waarop ik het gevoel heb dat alles even te veel is, of dat ik weer terug bij af ben. Maar er zijn ook dagen waarop ik merk dat de kleine stapjes vooruit blijven optellen. Soms zijn er tegenslagen, soms gaan er zes stappen terug. Maar dat hoort erbij. Ik leer om vriendelijker voor mezelf te zijn en die ups en downs te accepteren als onderdeel van het proces.
Wat ik wel zeker weet, is dat ik de rest van mijn leven zal blijven wandelen. Niet alleen omdat het goed is voor mijn lichaam, maar vooral omdat het zo’n belangrijke rol speelt in mijn mentale gezondheid. Wandelen is mijn anker geworden, mijn manier om rust en helderheid te vinden in een wereld die soms overweldigend kan zijn. Het heeft me niet alleen fysiek in beweging gebracht, maar ook mentaal vooruit geholpen.
En zo blijft wandelen mijn beste medicijn.